De moeder

Na vier maanden zwangerschapsverlof werk ik weer. Mijn roze babybubbel heb ik grotendeels verruild voor groene Dierenbeschermingsidealen. Het is even wennen, maar geen straf want ik vind mijn werk leuk. Leuk werk en een prachtkind, wat wil je nog meer?

Nieuwe identiteit

Wat Marlijnheid betreft, voel ik me nog precies hetzelfde als voor het babytijdperk. O yes stinkkaas, woldraden in de knoop, kattenharen op m’n nieuwe jurk, rommel in m’n tas. Toch heb ik er een identiteit bijgekregen. Ik ben nu ook moeder en ik geniet er intens van. In ons huisje is er eentje bijgekomen. Het is voor mijn katten nog even wennen, maar wij zijn iedere dag weer verwonderd. Het is toch bijzonder dat je binnen extreem korte tijd extreem veel van iemand houdt. “Staat je leven op z’n kop”, “verandert nu alles?”, “kun je nog wel slapen?”, vragen ze alsof de wereld vergaat. Ja het verandert en ja dat is prima.

Machinaal gekreun

Alleen dingen als kolven voelen onnatuurlijk aan. Plastic machine zuigt je leeg, met tergende mechanische teugen. Zit je daar weer in dat kleine nietszeggende hokje, met het gevoel dat iedereen denkt dat je je tijd verdoet. “Kostbare tijd Marlijn en jij zit daar wéér!” (oké, oké, dat denken ze vast niet… ) Terwijl je het levenselixer van je spruit op robotachtige wijze tot stand brengt en in gekoelde flesjes bewaart.

Die met die bakfiets

En nog iets. Ik haalde Lahja op van de kinderopvang. Dat gegeven alleen al voelt zo ‘moedertje moedertje’. “Eh ja, ik moet op tijd weg, want ik moet naar de kín-dér-óp-váng…” Ik installeerde Lahja in de draagzak en observeerde ondertussen al die moeders met zo’n zelfingenomen blik, ‘zo moet het en zo is het’. Ze geven hun kids een kus en vragen naar hoe hun dag was. Kindlief babbelt ronduit. Moeder knikt apathisch en haalt de bakfiets van de standaard of fietst met klasse A-kinderstoel de straat uit. Ze hebben iets… ja eh… moederachtigs. Alsof ze alles voor elkaar hebben. Huisje, boompje, beestje. Koelkast vol AH-producten, tuin met luxe loungeset.

Nog geen half jaar geleden flaneerden moeders met kinderwagens langs het water voor mijn huis. Ik voelde afstand tussen hen en mij. Zij zaten in die andere levensfase. Geen feestjes meer, alleen nog maar verstandige keuzes en ecologisch afbreekbare luiers.

Terwijl ik op de fiets stap, knikt zo’n moeder vriendelijk naar me. Glimlachend en begripvol. Ik realiseer me dat ik er nu ook zo één ben. Dat mensen nu ook zo naar mij kijken. Ze zien mij niet als iemand die in bomen klimt, die met haar paardenstaart voor de zoveelste keer in dezelfde braamstruik blijft hangen en die haar glittertelefoon steeds kwijt is. Ze zien een dame die het voor elkaar heeft. Huisje, boompje, beestje. Verstandig, zelfverzekerd, ‘zo is het en zo moet het’. Zo iemand met zo’n kind en met zo’n baan. Tsja, zo is het ook.

O foei

Terwijl ik wegfiets roept zo’n moeder me na. “Je mag niet fietsen met een draagzak.” Een zucht van verlichting. Het voelt op een vreemde manier geruststellend.

Door Marlijn de Jager-Gerhardt

Marlijn is redacteur bij de YWCA. Ze was de laatste tijd wat minder actief voor de YWCA vanwege zwangerschapsverlof, maar is weer terug van weggeweest! Marlijn deelt graag observaties rondom het ‘vrouw zijn’. 

Reply