Een vrouw met ballen

“Broodje bal? La me nie lache, ik vreet dah nie” schatert Jojanneke. Ik ken haar niet, maar raak met haar in gesprek in een overvolle treincoupé. Door een onverwachtse kromming in de rails belandde ze bijna bij mij op schoot. Tierend en gierend bood ze haar excuses aan en nestelde zich naast me, waarna ze me opgelucht aankeek.

“Ik ben vrachtwagenchauffeur”
“Ik ga dus echt nooit met de trein hè”, zegt ze met opengesperde ogen. “Ah, ik normaal ook niet zo vaak, maar vanwege nalatige CBR-administratie heb ik al maanden geen rijbewijs”, verklaar ik openhartig. Jojanneke werpt me een begripvolle blik toe. Collega’s van haar zitten ook al maanden thuis omdat hun rijpas verlengd moet worden. “Wat doe je dan voor werk?” vraag ik met een vaag vermoeden. “Ik ben vrachtwagenchauffeur”, vertelt ze trots.

De ballen van Jojanneke
“Stoer wijf”, denk ik als eerste. “Kun je het uithouden in zo’n mannenwereld?” Jojanneke moet hard lachen. Ze heeft zo’n lach waarbij je automatisch hard gaat meelachen, omdat je dan moet lachen om haar lachen. Ik krijg een amicale stomp tegen m’n schouder. “Aaaah joh, mannenwereld, man, vrouw, we zijn allemaal beesten nietwaar?!”, ze proest het uit. We maken grapjes over de Dierenbescherming, want ja, daar werk ik en ook ik kom beesten tegen. Redacteur, vrachtwagenchauffeur één pot nat. “Weet je, het gaat helemaal niet om geslacht, je moet plezier in je werk hebben”, drukt ze me op het hart. “Ik zit misschien tussen balvretende collega’s, maar ik heb ook ballen hoor!” En weer komt ze met een salvo van hahaha’s, waarbij ik wéér flink hard meelach. Niet alleen vanwege haar aanstekelijke lach en haar talent om zowel lomp als charmant te zijn, maar ook omdat ik vind dat ze gelijk heeft.

Vegetariër op de wagen
Als een bliksemslag bij heldere hemel stopt ze met lachen en verandert de blik in haar ogen. “Weet je waar ik tegenaan loop?” zegt ze. Ik kijk haar vragend aan. Ze laat een dramatische stilte vallen, bomen, sloten en koeien flitsen aan ons voorbij. “Niet dat ik als vrouw op de wagen zit, maar dat ik als vegetariër vrachtwagenchauffeur ben.” Ze zucht. Tegen ‘domme truckershumor’ is ze wel bestand en een seksistisch geintje hier en daar negeert ze zonder moeite, maar grappen over vlees eten maken haar intens verdrietig. Vanwege m’n werk ziet ze in mij een lotgenoot en stort ze haar hart uit over walgelijke misstanden in de vee-industrie. Ik weet er alles van en baal met haar mee.

Balen op het tankstation
Ondanks het serieuze onderwerp begin ik onmiddellijk van haar te houden. Van deze goedlachse, stralende tomaatrood geverfde dame die haar dagen slijt op een tientonner en die al haar collega’s (en vreemde treinreizigers) moeiteloos om haar vingers windt en die hoe dan ook opkomt voor dieren. “Dan kommie op het tankstation, denk je, koppie koffie, broodje en weer door, zie je alleen maar van die vieze ballen en saucijzenbroodjes!” Ze fluistert me toe dat ze wel wat overdrijft, want je kunt best een broodje kaas krijgen, maar waar ze eigenlijk naar verlangt… “een vegetarisch broodje bal… en o ja minder files.”

Dag Jojanneke
De trein minder vaart, het eindpunt nadert. Jojanneke ritst nerveus haar jas dicht en staat veel te vroeg op om naar de deuren te gaan. Net zo bombastisch als ze binnenkwam, verdwijnt ze ook weer door de tussendeurtjes, die onhandig dichtklappen als ze er net doorheen wil gaan. Even twijfel ik of ik ook op zal staan, om nog eventjes door te kwebbelen. Ze intrigeert me, maar de halve coupé lijkt zich voor te bereiden op een polonaise, het gangpad vult zich met ledematen, mouwen en broekspijpen. In de verte hoor ik Jojanneke schaterlachen. Haar lach versmelt geleidelijk in de oerkreten en junglegeluiden van het stationsleven. Ik ga met een goed gevoel naar huis. Broodje vegabal, hmmm, geen slecht idee…

Marlijn de Jager

Reply